Samengestelde werkwoorden kunnen als eerste deel een voorzetsel hebben,
al dan niet met de klemtoon op het eerste dan wel het tweede deel
--- toehappen - nadruk op "toe" => scheidbaar, dus "hij hapte toe, zij wilde niet toehappen"
--- overlopen - nadruk op "lopen" => niet-scheidbaar, dus "hij overliep snel en diagonaal het script."
--- overlopen - nadruk op "over" => De spion liep over naar het Westen"
--- doorlopen - De dokters doorlopen het protocol, keuren het goed, en ondertekenen het.
--- doorlopen - Men vroeg de massa mensen om door te lopen. Niet te blijven staan kletsen.
Maar als het eerste deel geen voorzetsel is, dan wordt het moeilijker
De meeste zijn niet scheidbaar
stofzuigen
raaskallen
schuimbekken
zandstralen
beeldhouwen
aanvaarden (nadruk op "vaar" dus niet scheidbaar)
poederlakken
straatvegen :
--- hij veegt de straat.
--- Heeft de straat geveegd.
--- Kon niet ophouden met straatvegen.
--- Straatvegen is verplicht na sneeuwval.tussenkomen (in) = bijdragen tot iets, of een deel van de kosten voor eigen rekening nemen.
--- het OCMW wilde niet tussenkomen in de huur van de sociale woning.
--- de ziekenkas komt niet tussen in de kosten voor een eenpersoonskamer.
