"De bougies" zijn de ontstekingskaarsen, bij een benzinemotor.
Een "diesel" heeft die niet.
Vele woorden in verband met auto's en fietsen zijn Franse leenwoorden, vanwege het feit dat de Fransen toonaangevend waren in de autowereld. Die woorden worden niet of nauwelijks aangepast naar Vlaams, maar gewoon op z'n Frans uitgesproken, weliswaar mogelijk wat "vervormd" tot platte streektaal.
Zo zijn de "vis platinees" onderdeel van de ontsteker, die de vonk afwisselend van de ene naar de volgende bougie overbrengt.
Vonken tasten de contacten aan, en om ze langer te laten "meegaan" werden ze met platina bekleed. "Les vis platinés" dus.
De "gardeboe" is dan weer het spatbord rond de wielen (auto, fiets) om opspattend water (en slijk) tegen te houden en zodoende de bestuurder wat te "sparen". de "garde de boue", dus.
Ook de "freins" (remmen), de "zeulle" (het zadel, "la selle") en de "guidon" (het stuur), de capot (motorkap), en panne (pech), pare-choc (bumper)
Zo, en nu heb je genoeg kennis voor de volgende mop (en ontdek terloops de denkfout )
Nem boereknecht stao in panne met zijnen tracteur op ne wegelink.
Hij probeerdege al een paar keers te starten, maar de moteur wildege ni mee.
En uek de choke dee nitske.
Nevest hem in de wei staan drei peirden te kikken, e zwet, e wit, en een brun.
Em opent de capot, en krabt achter z'n ueren.
Plots zegt da zwart paard " 't zijn de bougies" !
De knecht "reutelt" er wat aan, en kuist ze.
Tons zegt 't zwart paard: "kuist de vis platinees!"
De knecht doet het.
Dan zegt het paard "de carburateur is verzopen".
De knecht verlucht deze, en probeert te starten
En ja hoor, de motor pruttelt eerst.
Eerst komt er veel rook van onder de pare-choc.
Maar uiteindelijk slaat hij aan en draait.
Bij het boerenhof aangekomen spreekt hij de boer aan.
"Ik wist niet dat uw paarden konden spreken. Eentje hielp me met de tractorpanne."
De boer antwoordt: "Ja, dat zwart paard zeker hé?"
Knecht: "Aba jaot, tiens, hoe wedje gi dadde?"
Boer: "da's simpel hé, de twee andere weten niks van moteurs"




